|
Home > Reisverslagen > Ierland
|
|
|
Ierland
Verzonden op
02.11.10 |
 |
|
|
|
ARGH ARGH IRELAND!
Mannenweekend! Mannen die in de woeste natuur overnachten, onverschrokken de wilde kustlijnen bedwingen en de nodige locale versnaperingen per halve liter tot zich nemen. En waar beter dan in het ruige landschap van Ierland?!
“Ik vind dat we niet vast moeten zitten aan één plek, gewoon lekker rondrijden!” “Voor! Het schijnt er te gek te zijn als je langs de kustlijn rijdt.” “Ja, maar dat aftands kamperen heb ik wel gehad, ik wil gewoon een lekker bed!” “Allemaal prima, maar we moeten natuurlijk ook de bloemetjes buiten zetten!” “Ik vind alles best, zolang ik maar een single malt en een groot stuk vlees krijg.”
Goed, het mannenweekend wordt dus flexibel geïnterpreteerd. Zo worden de eerste, stoere impulsen al gauw ingeruild voor gemak en comfort. Maar wat zou het, vakantie is immers: lekker doen waar je zin in hebt en in dit geval is dat een roadtrip door Ierland.
Ierland is prima te doen met de auto; het is op zijn breedst 280 en op zijn langst 486 kilometer. Boek bij je reis meteen een huurauto, wat vaak tegen een gereduceerd tarief kan. En hoewel het eiland relatief klein is, is het groot genoeg om vaker te bezoeken. Niet verwonderlijk dus dat het mannenweekend tweemaal in Ierland plaats heeft gevonden.
De eerste reis brengt ons na een korte vlucht vanaf Schiphol 1 uur een 35 minuten later op Aerfort Bhaile Átha Cliath, zoals de Gallische bevolking het noemt, maar wij zeggen gewoon Dublin Airport. We lopen van de gate zo naar de autoverhuurbalie. Na het nodige papierwerk, stappen vijf stoere mannen vol goede moed in hun avontuurlijke bolide…een stationwagen.
We blijven niet lang in de hoofdstad. We zetten koers naar het zuidwesten en komen zo’n 100 kilometer verder aan in Kilkenny. In dit stadje, beroemd om zijn middeleeuwse gebouwen in het centrum, hebben we van tevoren een leuke B&B geboekt, vlak aan de rand van het centrum. Bij wijze van grap, bespring ik een van de heren als hij het bed test. Terwijl ik met volle overgave als een volleerd Matrix-acteur door de lucht vlieg, beland ik op een defensieve knie. Keihard gelach gemengd met een al-dan-niet-gemeend “oooaauw!” vult de kamer.
’s Avonds is het leed allang vergeten als we na een goede maaltijd door de straten John, Patrick , Vicar en Kieran Street struinen. Ze hebben hier iets met het geloof, geloof ik. Al gauw zitten we aan een goed gevulde pint en wordt er smakelijk gelachen om mijn onfortuinlijke knieval. Ik lach gematigd mee, omdat het anders teveel pijn doet.
Vanuit Kilkenny draaien we het stuur richting het zuiden, naar Cork. Na Dublin is het de grootste stad van de Republiek van Ierland. De Lonely Planet heeft het in 2010 benoemd tot één van de leukste stedentrips. En dat is niet voor niks. Cork heeft een keur aan goede restaurants, chique bars en gezellige pubs. Daarnaast bruist het er in de zomer door de verschillende festivals, waaronder het Cork Jazz Festival.
In plaats van een stevige wandeltocht, kiezen we voor een zittende activiteit: whisky proeven en bier drinken. Op 7 Bow street, net iets buiten Dublin, lopen we de brouwerij en het bezoekerscentrum van Jameson Whiskey binnen. Na een interessante tour langs alle fasen van het whiskyproces, krijgen we eindelijk datgene waar we voor kwamen. Bij St. James’ Gate staat de enige echte Guinness Brewery. Hier volg je de weg van graan en hoppe naar het vloeibare, in dit geval, zwarte goud, waar ik spontaan een voorliefde voor ontwikkel als ik zie hoe de dikke kraag naar de bodem van het glas regent. Hoog in de toren, waar de bar zich bevindt, drinken we een verse, dubbelgetapte Guinness.
De Ierse, Gallische taal is vrij ingewikkeld: een simpel ‘thank you’ wordt een uitgebreid ‘go raibh maith agat’. Gelukkig spreken ze overal een soort van ‘ABN-Engels’, wat niet wil zeggen dat de misverstanden van de wereld zijn. “Didyapackyerbagyerself?” Mijn reisgenoot kijkt de dame achter de balie glazig aan en vraagt met gepaste twijfel: “…airbag…?” Door vermoeidheid lig ik onbeschaamd schaterlachend op de vloer, terwijl de tranen over mijn wangen rollen. Onberoerd, probeert de dame in kwestie het nog een keer: “Did – you – pack – your – bag – your – self – sir? Het dialect komt nog niet helemaal aan, maar de schoonheid van Ierland des te meer.
Dus wordt een tweede mannenweekend gepland. Ditmaal met drie, in plaats van vijf, onverschrokken heren. Dit keer staat Noord-Ierland op het menu. Het Britse deel van het eiland heeft te lang bekend gestaan om de strijd, die stamt uit 1921, tussen de Katholieken en Protestanten. Hoewel het einde van het conflict in april 1998 werd bezegeld door ondertekening van het Goede Vrijdag-akkoord, trekt Noord-Ierland nog steeds met moeite de toeristen naar zich toe. Zoals een B&B-dame mooi verwoordde: “Even people from the Republic, who have never been here in their whole life, are suprised by the beauty and kindness of this part of the island.”
Als volbloed cityslickers met een behoefte aan woeste natuur, slaan we Belfast over en rijden de volgende ochtend richting Derry, ook wel bekend als Londonderry. We kiezen voor de Scenic Coastal Route, langs de noordwestkust. Onderweg wordt de sfeer gezet door te proberen in het Iers de namen uit te spreken van de dorpjes die we passeren: Carrickfergus, Magheramorne, Ballycraigy, Ballygalley, Knocknacarry, Ballycastle, Bushmills…… Bushmills? Whisky! Een brouwerij kennen we al, dus lopen we linea recta naar de gift shop alwaar we in het restaurant onze eigen proeverij houden. Ik ben de designated driver, dus houd het bij een paar snufjes en sipjes.
In Derry parkeren we de auto bij het vooraf gereserveerde hotel in het centrum. De stad is her en der opgebroken en de wegen lopen op en neer. Al gauw voelen we het in de kuiten, maar we geven niet op eer we een fatsoenlijke hap hebben gevonden. Die vinden we binnen de oude stadsmuren in Halo Pantry and Grill, een casual dining restaurant, waarover een bekende restaurantgids met termen strooide als ‘quality food, friendly service, good atmosphere and value.’ Geen woord gelogen, want met volle maag en tevreden gestelde papillen lopen we de stadsmuur op. Deze oude, ronde stadsmuur uit 1618, is waarschijnlijk de best bewaarde in Groot Brittannië. Vanaf deze muur heb je goed uitzicht rondom de stad. Hier komen oude geschiedenis en moderne technologie samen: gratis wifi op de muur.
De volgende dag bij de Tourist Office: “Ruub, jij moest toch iets over een mannenweekend schrijven? Late we dan ook echte mannendingen doen!” “I’m sorry sir, but I’m a bit caught off guard by your query”. Maar zo raar blijken mijn verzoeken niet, want op veel plekken in de omgeving kan je zeevissen (sea angling) en kleiduif schieten. Helaas moet je voor een zes uur durende zeevistrip wel een dag van tevoren plannen, waardoor ons originele plan een afgeslankte vorm aanneemt: we rijden naar de Game Fair in Antrim, waar we hopelijk zelf een kleiduifje mogen schieten.
Via de East Sperrin Scenic Route rijden we de bergen in en kiezen voor een weg waar een bordje bij staat: niet geschikt voor kampers en caravans. De weg leidt langs heuvelige schapenweides en landschappen gehuld in wit wolkendek. Zo mooi en verstild heb ik het hier nog niet meegemaakt. Onderweg stuiten we op de Beaghmore Stone Cirkels, zeven steencrikels die ontdekt zijn in 1940 bij het oogsten van turf. Vermoed wordt, dat zich onder de zachte mossen en grassen nog veel meer onontdekte steencirkels bevinden.
Uiteindelijk komen we aan op de plaats van bestemming: The Irish Game Fair and Country Lifestyle Festival in Antrim. Nadat ik me eindelijk van een troep überknuffelbare beagles heb kunnen wegrukken, lopen we over het terrein waar de liefde voor honden, paarden en roofvogels moeiteloos gepaard gaat met de liefde voor jachtgeweren. Het kleiduifschieten horen we van ver, maar hier tel je pas mee als je je eigen geweer meeneemt, variërend van €800,- tot €18.000,-.
In Antrim slapen we in B&B Glenn-More, waar eigenaresse Sylvia de tel kwijt is geraakt van de teddyberen die overal in het huis te vinden zijn. Samen met manlief Dougie beveelt ze ons het Indiase restaurant Zaras van harte aan. Met brandende monden en tevreden gezichten sluiten we ons tweede mannenweekend af met pittige lamsstoof, nog hetere king prawns en heerlijk geurend naanbrood.
Ruben Dingemans, reisverslaggever |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|