U bevindt zich hier: TC Netherlands Nederlands TC UK TC Ireland TC USA TC DE TC South Africa
Ik verloor mijn harttips voor bestemmingenReisverslagenRecepten
Zoek in archief
Home
..............................................................
Reisverslagen
..............................................................
Vraag het ons
..............................................................
Videocolumn
..............................................................
tips voor bestemmingen
-Het andere Azie
-Hotels op Curacao
-Oost-Europa autovakanties
-Autovakantie
 
Home > Hoogtepunten > Hoogtepunten > Avontuurlijke_Rondreizen
Andere Het andere Azie
 

Japan

In Japan

Mijn zesde verjaardag vierde ik zonder mijn vader, omdat hij op zakenreis in Tokyo was. Bij terugkomst kreeg ik 'My first Sony'. Een roodgekleurd vierkant tablet met grote groene knoppen, dat cassettebandjes afspeelde op drie verschillende geluidsniveaus. Tot dan ongekend! De jaren daarna volgden nog meer zakenreizen naar Japan en evenzoveel bijzondere cadeaus om mijn klasgenootjes de ogen mee uit te steken. Maar mijn eerste Sony is altijd bijzonder gebleven. Een ijkpunt.

Nu, ruim achttien jaar later, vlieg ik zelf naar dit beloofde land. En meteen na de landing in Osaka, blijk ik inderdaad in Consumers Paradise te zijn beland. Hoewel de rest van de wereld de laatste jaren een inhaalslag maakte op het gebied van innovatie (en daarmee ook welvaart) is de vanzelfsprekendheid waarmee technologie een plaats inneemt in het dagelijks leven hier overweldigend. Of misschien wil ik gewoon te graag dat het me overweldigt. ‘AAAH… je kan hier stiekem scheetjes laten op de WC, want elk toilet heeft een klein ingebouwd speakertje dat doorspoelgeluid simuleert wanneer je, synchronisch getimed, het knopje indrukt!’ en ‘OEH.. Je steekt hier je handen na het wassen in een kastje, waarna ze ook daadwerkelijk droog zijn in seconden!’ Mijn zusje, na een aantal maanden in Japan al behoorlijk ingeburgerd, lacht me keihard uit en vertelt me dat die dingen al jaren in verscheidene Hollandse WC’s te vinden zijn.

Ik blijf toch onder de indruk –ook van de perfecte hygiëne- en duik de eerste de beste ‘convini' in om iets te kopen wat ik niet nodig heb. ‘Zwarte wattenstaafjes! Ze hebben hier zwartgekleurde wattenstaafjes!’ Ik koop drie pakjes en begrijp later dat de wattenstaafjes zwart zijn, zodat de Japanners ze na gebruik zonder schaamte in een gedeelde prullenmand kunnen gooien. Oorsmeer is namelijk niet zichtbaar op deze staafjes, wat voor mij eigenlijk de hele pret van dit verzorgingsritueel bederft.

De streek rondom Osaka heet Kansaï en blijkt een perfect startpunt voor deze reis te zijn. Naast de metropool zelf, liggen hier veel interessante Japanse steden binnen handbereik. Ik bezoek eeuwenoude tempels in Nara en kan het niet laten om net als alle andere toeristen de brutale hertjes te voeren, die de tempelrijke omgeving iets sprookjesachtigs en goedkoops tegelijkertijd geven. Ik eet vlees van gemasseerde koeien in het daarom geroemde Kobe, een moderne havenstad die, na de aardbeving in 1995, een nog moderner aangezicht heeft gekregen. Met ‘Starbucks’ en ‘GAP’ op elke hoek van de straat, waan je je eerder in Chicago dan in Japan.

In Kyoto had ik mijn zinnen gezet op een foto van een Geisha. Met camera in de hand liep ik door de straten van deze vreemde stad op zoek naar witgeschilderde gezichten. Volgens de meeste reisgidsen vind je deze gastvrouwen in groten getale in de straatjes rondom de tempels, maar dat blijkt een teleurstelling. Op het moment dat ik de moed opgeef stappen er opeens twee prachtige Geisha’s uit een taxi, om vervolgens zonder enig oogcontact met omstanders een aftands houten gebouwtje in te schieten.

Halverwege onze reis ben ik misschien al veranderd. Heeft mijn westerse lompheid in korte tijd plaatsgemaakt voor Japanse nederigheid en, jawel, zen? Het blijkt toch uit de Japanse woordenschat die ik in een week tijd heb opgedaan, eigenlijk slechts bestaand uit de woorden: [Haj] en [sumi-mazen], respectievelijk ja en sorry/pardon. Met brutaliteit kom je hier niet ver, blijkt al snel, met ongeduld al helemaal nergens. Ik heb me aangepast, want zo ben ik. Althans dat wil ik graag geloven. Het bevalt prima. De rust leidt niet tot minder efficiency. Alles loopt gesmeerd en geduldig beleefd.

En ik wacht veel. Ik wacht in de perfect gevormde rijen voor de deuren van de metro, zonder voor te dringen. Ik zucht niet als die metro vervolgens een paar minuten later aankomt dan aangekondigd. Ik raak ontroerd door de schoenverkoper die mij eerst uitgebreid laat zien dat hij alle schoenendozen openmaakt, ook als hij al bij voorbaat weet dat maat 44 niet verkrijgbaar is. Ik zeur niet als ik vanwege de beklemmende hitte al voor de derde keer die dag een nieuw, droog t-shirt aantrek. Ik klaag niet als ik van de hitte in een te koud afgestelde airconditioning beland. Wel voel ik me telkens weer bezwaard als de zoveelste voorbijkomende Japanner of Japanse die ik de weg vraag, uit zichzelf de halve stad met me doorloopt om me naar mijn bestemming te brengen. Over geduld gesproken.

In Tokyo vind ik het geduld iets moeilijker op te brengen. Hoewel de chaos in deze stad tot in de puntjes geordend is, blijft het chaos. Was ik in Osaka net gewend geraakt om aan de rechterkant van de roltrappen stil te staan en links de andere voetgangers in te halen, blijkt dit in Tokyo precies andersom te functioneren. De chaos bereikt zijn hoogtepunt op de tsukiji-fishmarket. Een enorme, half overdekte markt met een onwaarschijnlijke grote hoeveelheid bekende en onbekende vis. Om vijf uur ’s ochtends banjer ik op Havaïanas rond door vissenbloed en modder, steeds bijna omvergereden door kleine gemotoriseerde transportwagentjes met opengereten tonijnen achterop. Het is moeilijk te geloven dat er ook nog vis in de zee rondzwemt als je deze dagelijks verse verzameling hier uitgestald ziet. Maar wel indrukwekkend en hier smaakt zelfs sushi van de meest verse vis ’s ochtends om ½ 6 voortreffelijk.

Hoogtepunt van de reis, was het rustige, relatief onbekende eiland Naoshima voor de Japanse zuidkust. Een paradijselijk eiland van nog geen vijftien vierkante kilometer, dat de achtergrond vormde voor één van de avonturen van geheim agent 007. Het eiland is het walhalla voor de beeldende kunst en architectuurliefhebber. De speelsheid waarmee de verschillende musea en kunstprojecten het eiland bezaaien maakt vrolijk. We slapen in het Benesse Complex: een museum en luxe hotel in één, waar de gasten ook ’s nachts onbewaakt langs de indrukwekkende collectie mogen lopen.

De idyllische omgeving in combinatie met de humor en lichtheid van de meeste kunstschatten op het eiland maken dat je geen genoeg kan krijgen van de bezienswaardigheden. Twee dagen is dan ook eigenlijk te kort, om alles te zien. Must see op het eiland is het Art House project. Hiervoor zijn een zevental voormalige woningen op het eiland omgebouwd tot ‘totaalinstallatie’. De ene sterker uitgevoerd dan de ander, maar de wandeling door het dorp is zelfs in de bloedhitte een bijzondere ervaring. Ook hier overal vending machines met snacks en dranken op elke hoek.

Waar dan ook, het eten is voortreffelijk. Heel behulpzaam zijn de foto’s van gerechten, want hoe zeer ik ook mijn best deed, het is vrijwel onmogelijk om taal en tekens in enkele dagen ook maar enigszins onder de knie te krijgen. De hulpvaardige vriendelijkheid maakt het verblijf toch tot een plezierig en vermoeiend avontuur. En de prijzen van de traditionele Japanse hotels zijn minder hoog dan je zou verwachten. Net als de bedden zelf overigens. Je slaapt namelijk op een vloer van traditionele Tatami matten. Niet heel oncomfortabel, maar na een paar nachten ga je toch naar een westers bed verlangen, daar betaal je dan wel extra voor. Laatste tip: Het reizen per trein is snel en comfortabel. Koop een railpass voor een week of twee in Nederland dat scheelt vele euro’s en zo nog veel meer Yen.

Thomas Schoots, acteur en regisseur
 
Reisverslagen
Vraag het ons
Ik verloor mijn hart
Site Map
Contact
KvK 27277986Travel CounsellorsTravel Counsellors Copyright © 2007 All Rights Reserved.